Het project LUPIN

Deze plantensoorten passen zich snel aan hun nieuwe milieu aan en gaan de concurrentie aan met de plaatselijke soorten. Op die manier veroorzaken ze milieuschade. Deze overwoekerende soorten vormen een grote bron van bezorgdheid op het internationale, nationale en regionale niveau omdat ze een bedreiging vormen voor de biodiversiteit en voor de goede staat van watermilieus.

Over invasieve plantensoorten werden een aantal internationale overeenkomsten afgesloten, namelijk de Conventie van Rio de Janeiro (1992), de Conventie van Bonn (1979) en de Conventie van Bern (1979). Deze overeenkomsten zijn erop gericht de introductie van niet-inheemse soorten te controleren om aldus de plaatselijke biodiversiteit te beschermen. Sinds 2006 is die problematiek tevens een onderdeel van de strategie van de Europese Unie om de uitholling van de biodiversiteit tegen te gaan. De Europese Commissie beveelt aan om een transversale strategie tot bestrijding van de invasieve soorten uit te voeren op Europese schaal. Op nationaal niveau heeft Frankrijk eveneens maatregelen genomen via de Loi Grenelle (Wet Grenelle) I, nr. 2009-967 (art. 23), die de uitvoering van bestrijdingsplannen tegen invasieve  exotische soorten aanbeveelt, om aldus het verlies van biodiversiteit een halt toe te roepen. Die doelstelling wordt herbevestigd in de Loi Grenelle II nr. 2010-788 (art. 121), die op het regionale niveau  de zogenaamde Trames Vertes en Trames Bleues (Groene en Blauwe Assen) instelt. Watermilieus vormen daar een essentieel onderdeel van.

In de context van die regelgevingen is het project LUPIN vooral gericht op de grensoverschrijdende watermilieus. Die milieus zijn bijzonder kwetsbaar omdat ze onder grote druk zijn komen te staan door urbanisatie, landbouw, vervuiling, enz. De Kaderrichtlijn Water van 23 oktober 2000 (2000/60/EG) wil tegen 2015 een goede ecologische staat van de waterlopen bereiken. Invasieve soorten die watermilieus overwoekeren, brengen schade toe aan de biodiversiteit van de waterhabitats en aan de goede functionering van de ecosystemen. Ze vormen een rechtstreekse aanslag op de goede biologische staat van de oppervlaktewateren.

Invasieve planten verspreiden zich zowel op de oevers als in het water. Op de oevers zijn die soorten niet aangepast; ze veroorzaken instortingen die het risico op overstromingen kunnen vergroten. In het water overwoekeren ze het milieu en verminderen ze het zuurstofgehalte en de helderheid van het water; op die manier veroorzaken ze sterfte onder de aanwezige watersoorten (vissen, schaaldieren, zoetwaterweekdieren,…).

Het project LUPIN voorziet in een aantal acties om een gecoördineerde bestrijdingsstrategie op te zetten op een grensoverschrijdende schaal. In een eerste fase wordt de kennis van het onderwerp verbeterd en wordt een nauwkeurige inventaris opgesteld van het grensoverschrijdende gebied. Vervolgens worden grensoverschrijdende ervaringen uitgewisseld op technisch vlak, die als basis zullen dienen om voor elke soort  een geschikt  bestrijdingsprogramma op te stellen.

De problematiek van de invasieve planten in watermilieus moet op een grensoverschrijdende manier aangepakt worden omdat de soorten zich kunnen verspreiden via de waterlopen, waaronder een aantal grensoverschrijdende waterlopen die rechtstreeks bij die problematiek betrokken zijn, zoals de Bergenvaart, de ‘watergangen' van de Franse en Vlaamse ‘Wateringen', het stroomgebied van de IJzer en van de Leie.

De algemene doelstelling van het project is het bestrijden van de snelle verspreiding van invasieve planten en het communiceren over de problematiek, de knowhow, de resultaten bij de plaatselijke spelers (collectiviteiten, gemeenten, polders,  wateringen, andere waterbeheerders, Moeren,…).

Het actieplan van het project is als volgt:

  • Oprichten van een gemeenschappelijk secretariaat voor de administratieve en technische follow-u
  • Inventaris van de invasieve planten in het grensoverschrijdende gebied
  • Uitwerken van een gemeenschappelijke methodiek voor de bestrijding van  invasieve planten
  • Bestrijdingsacties in proefzones
  • Communicatie